Testjes

Testjes2018-11-18T10:27:04+00:00

Sterrentesten GSK

Bij het begin en op het einde van elk schaatsseizoen kunnen de kinderen deelnemen aan de clubtesten.
Er zijn 5 sterrentesten, 4 op stijgend clubniveau en de 5e biedt eventueel toegang tot deelname aan de pre competition leveltest van VSKB.

Voor elke test moet je 5 oefeingen uitvoeren die je tijdens de clubbeurten kunt inoefenen.
Een vaste jury oordeelt of je al dan niet geslaagd bent. In die jury zetelen Roland Mareels, Anouschka Van Meirhaeghe,  Shana De Vetter en Daniël De Mits.

Als je slaagt voor deze testen, krijg je hiervoor een attest en kan je doorschuiven naar de volgende niveaugroep.
Elke test heeft 5 oefeningen. Deze moeten correct uitgevoerd worden. Voor 1 oefening is een deliberatie mogelijk.


STER 1:

  1. Voorwaartse visjes over de breedte van de piste
  • Positie armen: mooi zijwaarts uitgestrekt
  • Positie benen: duidelijke openen tippen van de schaatsen en vervolgens weer sluiten.
  1. Glijden op 1 been, links en rechts gedurende 3 tellen
  • Positie armen: mooi zijwaarts uitgestrekt
  • Positie benen: vrije voet kunnen optrekken tot tegen de knie van het standbeen
  1. Bogen schaatsen op 2 benen over de breedte van de piste
  • Positie armen: bovenlichaam draaien naar de cirkel. Bij verandering van richting de armen langs het lichaam wisselen van kant
  • Positie benen: binnenste been van de cirkel buigen, buitenste been strekken
  1. Hurkje zitten gedurende 3 tellen
  • Positie armen: beide armen naar voor gestrekt
  • Positie benen: zitvlak moet onder de knie zijn
  1. Remmen tot stilstand
  • Positie armen: mooi zijwaarts uitgestrekt
  • Positie benen: duidelijke rembeweging; tip van remvoet naar binnen gedraaid, of t-stop, voet tegen de hiel

STER 2:

  1. Links-rechts voorwaarts schaatsen over de breedte van de piste
  • Positie armen: mooi zijwaarts uitgestrekt
  • Positie benen: zitten – duwen en glijden – voeten sluiten
  1. Buitenwaartse bogen voorwaarts over de breedte van de piste
  • Positie armen: standarm voor, vrije arm achter, wisselen van de armen langs het lichaam
  • Positie benen: zitten – duwen en glijden met vrije voet tegen de hiel van de standvoet – voeten sluiten
  1. Binnenwaartse bogen voorwaarts over de breedte van de piste
  • Positie armen: vrije arm voor, standarm achter, wisselen van de armen langs het lichaam
  • Positie benen: zitten – duwen en glijden met vrije voet tegen de hiel van de standvoet – voeten sluiten
  1. Chassées in een acht (4-5 keer links/4-5 keer rechts)
  • Positie armen: lichaam naar de cirkel gericht, wisselen van de armen langs het lichaam
  • Positie benen: zitten –duwen en glijden – binnenste voet van de cirkel optrekken tegen de standvoet – zitten – duwen en glijden
  1. Achterwaartse visjes over de breedte van de piste
  • Positie armen: mooi zijwaarts uitgestrekt
  • Positie benen: duidelijke sluiten tippen van de schaatsen en vervolgens hielen tegen elkaar brengen.

STER 3:

  1. Achterwaarts links – rechts schaatsen over de breedte van de piste
  • Positie armen: mooi zijdelings gestrekt
  • Positie benen: zitten – duwen met vrije been naar voor – glijden zonder krassen –voeten sluiten
  1. Zweef op een rechte lijn, zowel op links als op rechts ( min. 3 tellen )
  • Positie armen: mooi zijwaarts
  • Positie benen: vrije been dient boven de heup te zijn
  1. Overzetten in een acht voorwaarts
  • Positie armen: romp naar de cirkel gericht, wisselen langs het lichaam
  • Positie benen: zitten – duwen – voorkruisen – achterste voet opheffen zonder af te duwen met de punt –sluiten
  1. Buitenwaartse drietjes in een acht (3-4 links/3-4 rechts)
  • Positie armen: armen sluiten tijdens de drie, openen tijdens de achterwaartse glijbeweging
  • Positie benen: zitten – duwen –draaien – wisselen voet en glijden achterwaarts met vrije been achter
  1. Mohawk met glijbeweging achterwaarts ( cfr landingspositie sprongen) in de 2 richtingen
  • Positie armen: linker arm voor op linkse binnenboog – armen sluiten tijdens mohawk – armen openen op de achterwaartse glijbeweging, romp naar de cirkel gedraaid (tegenovergestelde voor de andere richting)
  • Positie benen: binnenboog op links- mohawh van rechts voorwaarts naar links achterwaarts – glijden op rechts achteruit (tegenovergestelde voor de andere richting)

STER 4:

  1. Overzetten in een acht achterwaarts
  • Positie armen: lichaam naar de cirkel gericht, armen mooi open
  • Positie benen: duidelijke afstootbeweging naar voor – overzetten met de afstootvoet op het ijs – vrije been vervolgens onderdoor strekken. Oefening uitvoeren zonder krassen
  1. Afwisselende zwevenbogen voorwaarts buitenwaarts
  • Positie armen: standarm voor
  • Positie benen: vrije voet opengedraaid en knie vrije been moet zich boven de heup bevinden
  • Bogen moeten starten en eindigen in de tegenovergestelde richting
  1. Afwisselende achterwaartse buitenbogen
  • Positie armen/benen: 3 stappen: 2. vrije been komt achter de standvoet, bovenlichaam nog steeds naar de cirkel gericht
  • 3. armen langs het lichaam wisselen en naar de buitenzijde cirkel draaien, vrije voet blijft achter
  • 1. afstoten met afstootvoet naar voor, bovenlichaam naar de cirkel gericht
  1. Binnenwaartse drietjes in een acht (3-4 links/3-4 rechts)
  • Positie armen: bovenlichaam naar de cirkel draaien en tegenhouden naar de cirkel na de drie – bovenlichaam uit de cirkel op de verbindende buitenboog
  • Positie benen: zitten – duwen – draaien – glijden na de drie – overstappen op een voorwaartse buitenbogen en opnieuw.
  • Kunnen uitvoeren volgens een regelmatig ritme zonder krassen
  1. Standpirouette op 1 voet (min 3 toeren)
  • Positie armen: openen van de armen bij aanvang van de pirouette en sluiten tijdens het draaien
  • Positie benen: duidelijke aanglijboog (cfr slakkenhuis) – vrije been tegen of gekruist over het standbeen tijdens draaien – afsluiten met een uitrijboog

STER 5:

  1. Afwisselende zwevenbogen voorwaarts binnenwaarts
  • Positie armen: standarm voor of vrije arm naar keuze
  • Positie benen: vrije voet opengedraaid en knie vrije been moet zich boven de heup bevinden
  • Bogen moeten starten en eindigen in de tegenovergestelde richting
  1. Afwisselende achterwaartse binnenbogen
  • Positie armen/benen: 3 stappen: 2. vrije been komt achter de standvoet, bovenlichaam nog steeds uit de cirkel gericht
  • 3. armen langs het lichaam wisselen en naar de binnenzijde cirkel draaien, vrije voet blijft achter
  • 1. afstoten met afstootvoet naar voor, bovenlichaam uit de cirkel gericht
  1. Driesprong
  • Mooie aanloop en voorbereiding voor sprong
  • Armen en benen gelijktijdig naar voor brengen in de afsprong
  • Landing verzorgen
  1. Salchow
  • Mooie aanloop en voorbereiding voor sprong
  • Standarm voor tijdens de drie, armen sluiten in de lucht
  • Landing verzorgen
  1. Zitpirouette (min 3 toeren)
  • Positie armen: openen van de armen bij aanvang van de pirouette en sluiten tijdens het draaien
  • Positie benen: duidelijke aanglijboog (cfr slakkenhuis) – vrije been naar voor gestrekt – zitvlak lager dan de knie